liasanja.reismee.nl

vier dagen Vancouver

Vrijdag 11 september 2009 Vancouver

Deel 1 van onze vakantie in drie delen zit er op. In Vancouver nemen we een taxi naar het hotel dat op ‘loopafstand' van het centrum ligt. Nou ligt bij Albert alles op loopafstand, dus dat scheelt sowieso de helft. Maar goed, de truien en warme sokken kunnen weer opgeborgen en ook de pumps van mevrouw en het pak van meneer hoeven niet meer aan te treden. Het is erg warm, we zijn gewoon in een heel andere klimaatzone terecht gekomen.

De stad bestaat voor de helft uit Aziaten en dat is ook het eerste wat opvalt. Verder de regelgeving. Die is streng en uitgebreid maar wordt nageleefd. Ik vind dat prettig maar degene die tegen mij zei dat ze het overgereguleerd vindt, snap ik ook wel.

Geen doel zo'n eerste dag en we verkennen de binnenstad van Vancouver. Via de Chinese wijk lopen we richting haven en komen meteen door de grootste achterbuurt van deze stad. Veel gemankeerde daklozen en verslaafden, waar iedere grote stad mee te maken heeft. De inwoners van Vancouver zijn er over het algemeen zeer laconiek onder en snappen dat daklozen hun heil in Vancouver zoeken vanwege het milde klimaat. Het centrum is zo anders dan bij ons, maar moeilijk uit te leggen waarom dat is. Het is sowieso schoner, minder vuil op straat, hondenpoep wordt door de hondenbeheerder onmiddellijk opgeruimd op straffe van een flinke boete. Maar het is ook niet zo een oude stad als Amsterdam. De gebouwen zijn hoog, groot en de straten ruim. Vooral de bibliotheek is bijzonder omdat die rond gebouwd is. Die wordt niet voor niets het Colosseum genoemd. Er straalt een enorme grandeur van uit en is omgeven door allerlei winkeltjes en gezellige terrassen. We lopen maar een beetje te kriskrassen en bereiken via een gigantische brug het Grand Ville Island; een voormalig industrieterrein onder de bruggen aan de kreek. Op dit terrein staan nu diverse overdekte markten, kunstwinkels, galerieën en eetgelegenheden super gezellig. Je kunt geen keuken bedenken die er niet vertegenwoordigd is, van Iranees tot Thai. Zouden wij ook moeten hebben overal van die aanwijsmaaltijden. Met een waterbusje gaan we terug naar ons Best Western Hotel Uptown. We houden het tot 8 uur vol en dan is het ook ineens donker.

Zaterdag 13 september 2009

Een strakblauwe hemel belooft weer een mooie dag. De gids is er al vroeg klaar voor om naar Stanleypark te gaan. We gaan met de bus want we (lees: ik) hebben de energie nodig om het park in de rondte te wandelen. Dat is 12 km. Nee, ik ga niet beschrijven wat voor park het is, dat kunnen de reisgidsen beter, maar het is geweldig leuk. Overal fietsers, skaters, wandelaars, een aquarium, wandelroutes door het bos. We houden ons aan de wandeling langs het water. Het park wordt nl. aan drie kanten omgeven door water, zee, meren. Fantastisch.... Er komen bevers het water uit en Albert heeft rustig de tijd om er foto's van te maken, we zien schildpadden en zelfs een grijze eekhoorn. Het is druk en drukkend warm. Vanuit Stanley Park gaan we verder langs de haven en komen zo weer in de drukte van de stad. Mijn allereerste indruk dat dit een rustige stad is, was duidelijk gebaseerd op de vroege vrijdagmorgen toen we net aangekomen waren. Inmiddels weten we beter. Wat een gigantisch grote stad.

Het openbaar vervoer loopt als een trein, bus, boot en voordringen is er nauwelijks bij. Met een enorme zeebus - een kruising tussen een pont en een draagvleugelboot - gaan we naar de overkant. Vandaar heb je een geweldig uitzicht op de skyline van Vancouver.

Tijdens de voorbereidingen van de vakantie had Albert een adres genoteerd van een Italiaans eethuis waar ze de beste pizza's bakken van de stad. Leuk, want dat brengt ons naar de Italiaanse wijk. Weer een heel ander deel van de stad met een hele andere sfeer. Als we Luigi (of iets dergelijks) eindelijk gevonden hebben,is die tent uitgerekend tot morgen gesloten. Zo zie je maar, dat je de zaken nooit helemaal onder controle kan hebben. Een alternatief hadden we achter de hand, want iedereen is bereid je te helpen of te adviseren.

Zeker weten we dat we ergens in de buurt van ons hotel moeten zitten, als we uitgegeten zijn en weer op straat staan maar waar precies is ons niet duidelijk. In ieder geval moeten we met de bus. De chauffeur zet ons af op een kruispunt waarvan de naam ons vaag bekend voorkomt. Maar wat nu.....In geen velden of wegen een aanknopingspunt. Ik schiet een meisje aan of ze weet waar het Best Western Hotel ligt, maar het arme kind schrikt zich een ongeluk en piept alleen maar: downtown, downtown, downtown en holt hard weg.

Mijn persoonlijke reddingstroep pakt het wat rustiger aan en benadert een Japanse mevrouw (het is verdomd net Wendy van Dijk als Ushi) die onderweg naar de pinautomaat is. Nou, dat treft, want ze is op weg naar vrienden om een avond te gaan kaarten en ze wil ons wel brengen met de auto want het is echt te ver om te lopen en ze komt er toch langs. Ze heeft gelijk.... Uiteindelijk zitten we nog 20 minuten bij haar in de auto, weten we alles over haar dochter, haar man, de kijk op de wereld, haar ervaringen in Europa en nog is er tijd over om ons te vragen wat we van Canada vinden. We concluderen dat we maar mooi mazzel hebben gehad dat ze ons meenam, want er was in geen velden of wegen een vorm van verder openbaar vervoer te bekennen en dat was geen leuke wandeling meer geworden na een hele dag in de benen. Mevrouw Ushi is het slot van een intensieve geweldige dag.

Zondag 13 september 2009

Het reisprogramma is uitgekiender dan ik dacht. Gisteren was een fitnessdag en vandaag heeft de touroperator bedacht dat het een openbaar vervoerdag wordt. Rustig aan dus. Wat we beslist moeten zien is Grouse mountain, een hoge berg die per kabelbaan is te bereiken vanaf Noord Vancouver. Je moet wel een beetje vroeg zijn want het is zondag en dat kan enorme rijen wachtenden veroorzaken. Eerst met de bus naar de haven, met de zeebus naar de overkant en dan nog een keer met de bus. Er staan geen rijen en voor die kabelbaan draai ik mijn hand niet meer om. Een lift waar 100 mensen in passen en in 10 minuten naar 1250 meter gaat. Boven aangekomen splitsen de wegen zich van de bezoekers. Geoefende bergwandelaars verdwijnen op de helling, deltavliegers verzamelen zich en een paar enthousiastelingen melden zich voor een helikoptervlucht. De rest vergaapt zich aan het schitterende uitzicht over Vancouver in de diepte, over de zee en de met sneeuw bedekte toppen van de Rocky Mountains in de verte. Het kan allemaal nog fenomenaler. De laatste 130 meter kan je namelijk nog verder omhoog met een stoeltjeslift, waar het uitzicht helemaal overweldigend moet zijn. Nou, ik laat me niet kisten en ga ervoor. Als we drie meter onderweg zijn, heb ik het al in de gaten.... Dit wordt helemaal niks. Ik ga nu zo een grens over met mijn hoogtevrees, maar ik kan natuurlijk geen kant meer uit. Ogen dicht en niet kijken. Diep inademen en rustig uitademen; proberen nergens aan te denken. De hele tocht schijnt acht minuten te duren maar voor mij is het zeker anderhalf uur. Voor Albert ook niet echt leuk, want zijn lol is ook verdwenen met een aan zelfmoord neigende vrouw naast zich. Nadat, boven gekomen, de spanning een beetje verdwenen is, hebben we snel in de gaten dat het niet mogelijk is om te voet naar beneden te gaan. Veel te steil en redelijk onbegaanbaar. Nou ja, ik ben boven gekomen en dan moet het naar beneden toch ook lukken? Het worden acht spannende minuten met mijn ogen stijf dicht. Acht minuten die ik mijn leven lang niet vergeet. Zo bang dat ik uit dat bakkie de diepte in zal storten. De rest van de middag moet ik het ontgelden want volgens Albert heb ik de hele rit naar beneden als een prevelende Tibetaanse monnik naast hem gezeten. Natuurlijk zat ik niet te prevelen maar probeerde ik de paniek te onderdrukken met mezelf moeilijke sommen op te geven, het alfabet op te zeggen van Z naar A en me de tekst te herinneren van het liedje: een veldmuis vond in het beukenbos.... Nooit meer, nooit meer maar dan ook nooit meer (al was het uitzicht daarboven zo mogelijk nog mooier, voegt mijn man me toe).

Met het optreden van de Lumberjacks (houthakkers) wordt het toch nog leuk op de berg. Een spektakel van twee kerels die o.a. een wedstrijd doen wie het eerst een boomstam van 15 meter beklommen heeft en bovenop de boomstam gruwelijke kunstjes uithalen. Wedstrijdjes houden in bijlen gooien, op boomstammen staan en een watergevecht houden, van dat soort dingen. Het is letterlijk en figuurlijk: van dik hout zaagt men planken. Hartstikke lollig.

Vanuit de stoeltjeslift zag Albert plotseling een paar grizzlyberen beneden in het bos lopen. Hij schrok zich helemaal wild en probeerde met één hand foto's te maken, terwijl hij tegelijkertijd in de gaten moest houden of ik geen springneigingen kreeg. Beneden aangekomen bleek dat de beren achter een omheining leven, in hun natuurlijke omgeving. Een béétje slimme toerist weet daar wel een foto van te maken alsof hij deze beesten toevallig net tegenkwam tijdens de survival, nietwaar?

Het openbaar vervoer brengt ons in de middag naar Steveston, een schilderachtige vissersplaats met een fantastisch zicht op de scheepjes en bootjes die in de haven liggen. De zon schijnt op de vissersvloot, de bewoners ‘vieren' hier duidelijk de zondag en komen elkaar op deze ‘zeemanswerf' tegen. Dat de vis er vers is hoeft verder geen betoog en Albert geniet van een perfecte vissoep.

Na terugkeer in Vancouver belanden we in de kathedraal waar een Spaanse dienst aan de gang is. Begrijp daar natuurlijk niets van maar ik vind het wel altijd leuk om te kijken. Tot er plotseling opgeroepen wordt elkaar de hand te geven en elkaar een kus te geven. Lekker in deze tijd van Mexicaanse griep en de hele dag je handen wassen. Wegwezen dus... In de bus roept Albert nog de toorn op van een dronkenlap die hem maar blijft toeroepen dat hij die smile van zijn face moet halen, anders zorgt hij er wel voor dat die face nooit meer kan smilen, dat hij hoopt dat hij him understand en dat hij him never forget. Hoort ook bij vakantie in de grote stad.

Maandag 24 september 2009

Gisteravond hebben we overlegd wat te doen met onze laatste dag in Vancouver. We kunnen naar Whistler, dat volgend jaar de winterspelen organiseert. Een treinreis de bergen in. Of we maken er een culturele dag van. De weersverwachting voor vandaag is half bewolkt en geen optimaal weer voor de bergen; we kiezen voor de musea waar we beslist geen spijt van hebben.

Op basis van de voorbereidende boeken gaan we met de skytrain eerst naar New Westminster. Een rommelig gebeuren en heel leuk om te zien. Het heeft absoluut zijn voordelen getrouwd te zijn met een pensionado die de tijd heeft zulke dingen uit te zoeken. Het plaatsje is de oudste nederzetting met stadsrechten in West Canada. We zien een echte River Radarboot die nu dienst doet als restaurant. Vanuit de skytrain zien we hoe gigantisch groot Vancouver is. Volgens mij hebben we nu al heel wat stadsdelen gezien. Heel grappig is trouwens het oversteken. Bij ons begint er iets te ratelen als het voetgangerslicht op groen staat, hier begint een vogeltje te tjilpen als je links oversteekt en de weg rechts geeft een koekoeksgeluid. De natuur een beetje ver doorgevoerd in de stad.

Het Museum of Anthropology ligt aan de andere kant van de stad en is een onderdeel van de universiteit van British Colombia. We moeten over een enorm studentencomplex en ik kijk mijn ogen uit. Nog nooit ben ik op een campus geweest; dat is gewoon een stad op zichzelf. Honderden studenten op weg van of onderweg naar college; faculteiten, winkelcentra, sport- en recreatiecentra; stadions. Alleen maar jongeren. Ik werd er helemaal vrolijk van. Hoeveel huwelijken zullen hier zijn oorsprong vinden en hoeveel liefdesverdriet zal hier geleden worden.

Het museumgebouw is modern en licht, omgeven door een grote tuin, waarin ‘longhouses' worden gerestaureerd. En ik maar denken dat Indianen in Noord-Amerika in wigwams woonden. De totempalen en ander indiaans houtwerk zijn voornamlijk 'groot'. Het zal ons niet allemaal levenslang bij blijven maar wel een ‘must' bij een bezoek aan Canada.

Het maritiem museum wil met name Albert graag zien. Dat is gelegen in het Vanier Park. Eigenlijk is het museum gebouwd om het eerste schip heen dat tijdens de 2e wereldoorlog de noordwestelijke doorvaart van de Atlantische naar de Stille Oceaan heeft bevaren in beide richtingen. Deze tocht heeft twee jaar geduurd (dit bedenk ik natuurlijk niet zelf, soms wil de reisleider ook inspraak zoals nu).

Het Vancouvermuseum ligt hier vlakbij. Gesloten wegens werkzaamheden. Tja, dat kan gebeuren. We vinden het niet echt erg want er is genoeg cultuur gesnoven en de tijd beperkt. Op een bankje aan het water uitkijkend over zee realiseren we ons wat we een hoop gezien hebben en wat er nog op de rol stond maar we gewoonweg niet aan toekomen. De afgelopen vier dagen zijn we steeds twaalf uur op sjouw geweest, meer zit er niet in. Het eind van de middag brengen we nog een keer op Grand Ville Island door en eten op de overdekte markt bij de Chinees. Leuk was de ontmoeting met de moeder van een 4 maanden oude baby, die vertelde dat het bevallingsverlof hier 1 jaar is, men 60% krijgt doorbetaald en of de vader of de moeder dit op kan nemen, of allebei een deel. Kunnen we nog heel wat van opsteken.

Morgenochtend gaan we de huurauto ophalen en vertrekken we richting Vancouver Island. Het zal wel even overschakelen zijn naar een automaat. O nee, dat schakelen moeten we dus maar laten.

Reacties

Reacties

Fiep

Wat een geweldig verhaal weer!! En het stukje over de stoeltjeslift is zo herkenbaar!!! (De tekst van De Veldmuis heb ik wel voor je :-)) Volgens mij moet Sanja een boek gaan schrijven, het wordt absoluut een bestseller!
Geniet van jullie rondreis door Canada en we kunnen niet wachten op het volgende verslag,
Liefs Arnold en Fiep

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!