laatste bericht vanuit New York
Vrijdag 25 september 2009 New York
Nog nooit heb ik een machinegeweer van zo dichtbij gezien. Albert wil graag naar het gebouw van de Verenigde Naties, waar normaliter rondleidingen zijn. Alleen wordt er nu een algemene vergadering gehouden met alle poespas van dien. Op iedere hoek flink bewapende heren en overal meneren met van die dikke nekken, kaalgeschoren hoofden en strakke pakken. Voor de ingewijden: ik verwacht ieder moment Martin tegen te komen. Het is net alsof ik het decor instap van een televisiefilm waar ik nooit naar zou kijken als ik het voorfilmpje heb gezien. Nu vind ik het super interessant omdat we IN het decor staan. Je zal Gadaffi maar tegenkomen, nietwaar? Ik heb vast wel iets te verscheuren in mijn tas. We passeren wel Arabieren in wapperende jurken; ik ken ze geen van allen.
De boerenmarkt hebben we vanmorgen gezien. Die verwacht ik in de Jordaan, maar niet hier. Gezellig en lekker ontspannend. Het is trouwens toch een rustige dag. Na de VN en het gebouw van Unicef bezoeken we de bibliotheek de New York Public Library. Buiten staat hij in de steigers, maar binnen..... Alsof je een museum instapt: hoge donkerhouten kasten, muurschilderingen, schitterend bewerkte plafonds en prachtige leeszalen annex computerruimtes. Nee, geen bibliotheek waar je boeken leent en mee naar huis neemt. Hier gaat geen boek de deur uit en is vooral en alleen bedoeld voor wetenschappers, onderzoekers en studenten. De bibliotheek herbergt een tentoonstelling die volgens Albert door mevrouw Zorreguieta en Alex geopend zou kunnen zijn vorige week.
Mijn man is vandaag uitermate complimenteus want de grappen gaan over mijn patat-eterij van vanmiddag. Van de patat klopt, maar ik vond het leuk om dat bij een koshere patatbakker (Moshe) te kopen. Het rabbinale toezicht kan ik nergens ontdekken...
Vergeet ik toch helemaal te vermelden dat we vanmorgen eerst naar de begraafplaats van Peter Stuyvesant zijn geweest. Dat was een behoorlijk gezoek; toch gelukt. Het kerkje is de St. Mark in the Bowery, de plaats waar zijn boerderij heeft gestaan.
Eigenlijk heb ik een vrije middag. De gids waarschijnlijk ook, want die wijkt niet van mijn zijde. Samen naar de GAP-winkel voor spijkerbroeken voor de kleinkinderen. Dat moet ook gebeuren. Dat hoort bij het grootouderschap. Het neemt nogal wat tijd voor we besloten hebben welke maten we moeten kopen. Een centimeter is niet voorhanden en we blijken nogal te verschillen in ons idee over lengte/breedte. Natuurlijk komen we er wel uit; liever te groot dan te klein....
Albert haalt de was op bij meneer Hu-Wan en komt helemaal enthousiast terug. Zo netjes gestreken zijn z'n spullen nog nooit geweest. Tja, wat ZOEKT die man nog bij mij. Hierbij moge opgemerkt dat hij mijn kleren ook nog nooit zo netjes heeft gestreken.
De Deli, waar je zelf een maaltijd samenstelt, is een uitvinding en daarna in het park naar muziek luisteren ook. Al zijn we geen jazzliefhebbers, maakt de avond en de sfeer dit tot een complete geweldige dag. Er komt een demonstratie langs, compleet met spandoeken en borden tegen de crisis en de werkloosheid. Albert wil wat nadere uitleg van de hotelportier en krijgt als antwoord: That people...... all assholes!!!!
Zaterdag 26 september 2009 New York
Het is nog redelijk rustig op straat en geeft de ruimte om af en toe naar boven te kijken. Hoog, hoog en hoger.... Ik begrijp het woord ‘duizelingwekkend' beter. Door alle hoge gebouwen en de redelijke rust op straat valt het nu pas op, dat je alleen op de kruispunten zon ziet. Voor de rest loop je bijna altijd in de schaduw. De ene markt na de andere volgt. Het zal wel met de zaterdag te maken hebben. Bijna alle parkjes hebben van alles te bieden,van sneltekenaars tot verse aardbeien.
Onder de voorwaarde dat de rij niet te lang is, zijn we onderweg naar Ellis Island (en dus niet Alice Island). Het valt mee bij de ticketshop maar als we achteraan willen sluiten voor de boot, blijkt dat we tien minuten moeten lopen om in de rij te gaan staan. Zouden we niet gedaan hebben, als we het geweten hadden. Gelukkig wisten we het niet; daarover later.
Eigenlijk valt het wachten mee, er wordt naast de rij veel gemusiceerd en er is geen sprake van voordringen of wat dan ook. De sfeer is gemoedelijk. Na een intensieve controle met detectiepoortjes staan we na drie kwartier op de boot. Een kwartier later zijn we op Liberty Island, de plek waar het Vrijheidsbeeld staat. Nou heb ik daar nooit eerder bij stil gestaan (letterlijk niet maar figuurlijk ook niet) en met mij vele anderen niet. Dat beeld zie je op de televisie of bij aanvang van en Amerikanse film. Nu staan we aan de voet en kijken omhoog waar hele kleine mensjes zich aftekenen tegen de lucht. Ze staan in de kroon van het beeld. Ja, dan is het een ervaring om te zien hoe machtig groot deze beeltenis is. Veel kermis er omheen natuurlijk. Onderweg met de boot van Liberty Island naar Ellis Island sta ik naast een Amerikaanse vrouw. In alle ernst zegt ze tegen me: 'Soms verdenk ik het Vrijheidsbeeld ervan, dat ze wacht tot iedereen slaapt en dan haar arm naar beneden doet. Dat is toch veel te zwaar altijd zo te staan?' Ach, misschien heeft ze gelijk, New York slaapt tenslotte nooit!
Ellis Island is een immigratiemuseum en was in gebruik tussen 1892 en 1924. Eigenlijk wil ik het hier bij laten. Nog nooit in mijn leven ben ik in een museum geweest dat me van de eerste tot laatste minuut naar de keel grijpt en waar ik uitloop zonder het helemaal gezien te hebben. Ik kan niet meer! Het gebouw is volledig intact. De zalen waar de immigranten aankwamen (zelfs op 1 dag in 1907 11.000), de lessenaars waar iedereen werd ingeschreven, de kamers waar de landverhuizers wat vragen beantwoordden, medisch getest werden, vitrines met achtergebleven kleding, foto's van mensen uit de hele wereld en foto's van het werk dat gedaan werd. Aangrijpend en terwijl ik dit opschrijf schiet ik gewoon weer vol. Al die mensen, die alles achterlieten en bereid waren in het ‘Nieuwe Land' de handen uit de mouwen te steken om een beterbestaan te bereiken. Slechts 2% werd teruggestuurd.
Overal staan zoekmachines waarin de namen zijn opgeslagen van de 12 miljoen die hier geregistreerd werden. Tja, en dan ga je toch weer op zoek naar ome Sam. Ik vind er één en ook nog afkomstig uit Amsterdam, maar die zou in 1898 hier aangekomen moeten zijn en dat lijkt me sterk. Een mevrouw achter de balie helpt me nog even maar ik kijk thuis wel verder als ik wat meer gegevens heb. Met een dikke strot bekijk ik twee verdiepingen en als ik uiteindelijk Albert weer tref, blijkt hij net zo ontdaan te zijn als ik. Eén van de hoogtepunten, daar zijn we het beiden over eens. De terugtocht op de boot verloopt zwijgend, beiden volledig in gedachten.
In Battery Park komen we wat bij. Het ligt aan het water en geeft een mooi zicht op het Vrijheidsbeeld en het museum. We lopen verder naar Pier 17 in Sea Port, een heel gezellig winkelgebeuren aan de haven met uitzicht op de Brooklyn-bridge. Er liggen oude schepen en in de tijd dat Albert die bekijkt, loop ik de winkels in. Het is zaterdag en knetterdruk. Ik kan me heel goed voorstellen, dat mensen die vaker in New York komen, flink de tijd nemen om te shoppen. De kleding en schoenen zijn aanmerkelijk goedkoper dan bij ons. Daar ga ik dan wel een keer voor terug.
Een van de dingen, die we echt nog moeten doen is Times Square zien bij avond. Het is ongeveer 40 blokken heen en 40 terug, maar als je - net als wij - na het eten de verkeerde kant verder oploopt en zo weer 10 blokken teruggaat, wordt het al met al een pittige avondwandeling. Op de terugweg begint het te regenen, maar dan hebben we al lang en breed een cola gedronken midden op het kruispunt van Times Square. Wat een idioterie, wat een geschetter, wat een klatergoud, wat een muziek (van I'm dreaming of a white Christmas tot de muziek van de Lion King), wat een reclamezuilen, wat een zee van licht en bewegende beelden en wat een Must als je in New York bent.
Zondag 27 september 2009 New York
De plannen voor vandaag zijn al een aantal dagen geleden in overeenstemming gebracht met de weersvoorspellingen van vandaag. Het regent en dat zal tot vanmiddag zo blijven.
We gaan met de ondergrondse naar het museum. Niet alleen omdat het regent maar ook omdat ik me gisteren iets vertild heb aan het lopen. Dat heet het aangename met het nuttige verenigen, en nog leuk ook. Snel, schoon en veilig. Het Guggenheim museum is van schitterende architectuur. Net als bij ons staat er wel een rij maar die is snel opgelost. Er is momenteel een tentoonstelling van Kandinsky. Het spreekt zowel Albert als mij niet aan. We gaan onze eigen route over de galerij die zich naar boven slingert. Geloof het of niet maar ik zie ouders met een baby van niet ouder dan een maand of zes, het kind uitleg geven over de rondjes en streepjes op het doek. Ik ben zo vrij daar niet in te geloven. Wel leuk dat er veel kinderen zijn, die her en der wat zitten na te tekenen. De toegang is vrij voor kinderen tot 12 jaar. Waarom kan dat nou bij ons verdomme niet? Wij schijnen een van de weinige landen te zijn waar voor kinderen betaald moet worden. Dat bevordert de belangstelling voor kunst niet. De permanente tentoonstelling is zeker wel de moeite waard met o.a. vroeg werk van Picasso, van Gogh, Renoir e.a.
Het tweede museum dat we bezoeken is het Metropolitan Museum of Art. Wat een schitterend gebouw en niet ver verwijderd van het moderne Guggenheim. Tot onze verbazing kunnen we hier naar het melkmeisje van Johannes Vermeer gaan kijken. Dat krijg je door die eeuwige verbouwing van het Rijksmuseum in Amsterdam. Wat ontzettend grappig, we misten de tentoonstelling in Vancouver en lopen er nu zo weer tegen aan. Het is een dringen voor het doek en het Melkmeisje wordt veel gefotografeerd door de aanwezigen, net zoals zijn overige doeken.
Albert gaat richting Romeinen en Grieken en is enthousiast over o.a. de Griekse beelden, Romeinse mozaïekvloeren en verder een volledige Spaanse patio in het museum, een Egyptische tempel compleet weer opgebouwd, zoals die ook in Leiden is te zien.
Onze interesses lopen uiteen want ik ga liever naar de vleugel van de moderne kunst. Foto's, schilderijen van o.a. Dali en Picasso maar vooral veel voorwerpen, zoals van o,a. Rietveld houden de belangstelling vast. Een fantastisch museum, vooral heel erg compleet en niet te doen op één dag. De museumwinkel is de grootste van de VS, er is dan ook van alles te koop maar wel tegen exorbitant hoge prijzen.
Een avond uit eten bij een van de betere Italianen in de stad. Het is opvallend dat ook hier weer Beatlemuziek gedraaid wordt. In iedere winkel van Starbucks wordt Beatlemuziek gedraaid en CD's verkocht. Zou het te maken hebben met de moord op John Lennon? Voor mij als trouwe fan alleen maar leuk. Door het park lopen we terug naar ons hotel. Ook in het park hangt een hippie-achtige sfeer.
Maandag 28 september 2009 New York
Het is de laatste volledige dag dus ik durf vandaag wel te opponeren tegen de suggesties van de reisleider. Over 24 uur zit ik toch in het vliegtuig naar huis.
Een dagkaart voor de bus en de metro brengt ons in nog wat hoeken en gaten van Manhattan, die lopend niet te bereiken zijn. De kloosters in het Fort Tryonpark zijn op maandag dicht. Het park is gelegen op een rots, wat een maf idee is. Wie denkt er nu aan een rots in een stad als New York? Het hoogste natuurlijke punt van de stad, licht de gids toe en tevens een hele mooie locatie om de Hudsonrivier te fotograferen. Het stikt er van de eekhoorns, een leuk gezicht.
Met de bus nog een keer naar Central Park. Van het park hadden we nog maar een deel gezien en nu gaan we langs het waterreservoir. Albert neemt een uurtje vrij om het General Grand National Memorial te bezichtigen. Er naast staan banken in de stijl van Gaudi, dus wat mij betreft hoeft Albert niet meer naar Barcelona. Hij heeft het volgens mij ook helemaal ‘gehad' met de groep. Vooral als hij de raamplaats aangeboden krijgt in de bus. Hij heeft naar eigen zeggen hij binnen vijf minuten een bevroren oor van de airco waar hij onder zit. Eigen schuld overigens, want de capuchon aan zijn trainingsblouse kan uitkomst bieden, maar zelfs zover weg van huis durft hij deze schande niet over zich af te roepen. Nou ja, gelukkig heeft hij er nog één (een oor), die wel warm is....
Onderweg terug naar het hotel stappen we nog een keer uit bi Seaport en nog een keer bij de Trumptower. Even koffie drinken in een protserige omgeving, met pompeuze versieringen en heel veel marmer.
Morgenochtend inpakken en nog een rondje door de Bleeckerstreet, het hart van Greenvillage en dan om 3 uur naar de luchthaven. Het was allemaal geweldig, vanaf de eerste tot de laatste dag, Alaska, Canada en New York. Wat het laatste betreft heb ik een hoop van mijn scepsis moeten laten varen. Als je zo een week rondloopt, heb je ook genoeg tijd om over dingen na te denken. De rafelranden van de stad ken ik natuurlijk niet en een week is weinig om je een oordeel te vormen. Ik denk nu wel dat de tolerantie en wederzijds respect afgedwongen kan worden door strenge handhaving, die een ontspannen samenleving doen ontstaan. Eigenlijk zoiets als een onderwijzer, die streng optreedt bij de kennismaking met de nieuwe pupillen, om na een poos de teugels te laten vieren, omdat de leerlingen weten waar ze staan. Alleen al de rust en van de buschauffeur bij het in- en uithelpen stappen van mensen met een rolstoel of rollator is opvallend. Het 'opstaan voor iemand, misstaat niemand'bordje hoeft hier niet ingevoerd.
Simpel? Dan maar.......!!
De gids gaat gelukkig gewoon weer mee naar huis en heeft het voor de groep geweldig gedaan allemaal. Hopelijk komen we woensdagmorgen weer veilig thuis en dan ga ik rustig nalezen wat we allemaal beleefd hebben. Gelukkig heb ik het opgeschreven, want dat kan een normaal mens toch niet onthouden?
Ps: de gids is nog bezig met een programmaatje voor morgenochtend; hij heeft nog een aantal onderdelen i n de buurt van het hotel overgeslagen. Ik heb een verrassing voor hem: hij kan de pot op!!!
van Vancouver Island naar New York
Vancouver New York
Zondag, 20 september 2009 Canada, Victoria
Het hotel heeft een ontbijtmogelijkheid dat De Dutch heet. Het Delfts blauw komt je van alle kanten tegemoet, een grote gele klomp onder de nep open haard, houten tulpen in nep vensterbanken voor het raam en de klok op de Nederlandse tijd. De menukaart laat een overdosis aan pannenkoeken zien waarbij het lijkt alsof wij die iedere morgen eten en dan ook nog met slagroom óf uitsmijters met hollandaisesaus. Zo leer je nog eens wat over Nederland.
Het is heerlijk weer en Victoria ligt in een fantastisch natuurgebied. Op 70 km afstand ligt China Beach. In de afstanden hebben we ons tot op heden steeds vergist. Het lijkt allemaal korter bij dan het in werkelijkheid is. Het is rustig op de weg en als we voorbij Sooke zijn vinden we vlakbij Jordan River de parkeerplaats voor China Beach. Een steile afdaling van een half uur leidt dwars door het regenwoud naar een fabelachtig mooie baai. De afdaling is zwaar maar ik weet dat de weg omhoog straks makkelijker te doen is, even doorbijten. De baai is van een uitzonderlijke schoonheid en wordt af en toe door kleine stroompjes doorsneden en is in totaal zo'n elf km lang. In de kleine baai ligt het strand bezaaid met aangespoelde bomen. Kleine en grote keien vormen een natuurlijke grens tussen het zand en het regenwoud, dat dus bijna helemaal tot het water komt. Via de bomen en de stenen vinden we een plek om een uurtje te zitten. Langer kan niet want het wordt vloed en de zon is bijzonder scherp. Omhoog klimmend heb ik méér oog voor de natuur en de dichte begroeiing dan tijdens de afdaling. Door borden wordt her en der aangegeven hoe voorzichtig men omgaat met dit oerbos. Over het algemeen heb je toch wel het gevoel dat men hier erg milieubewust is. Niet voor niets is Canada de bakermat van Greenpeace.
Tijdens de wandeling in de namiddag door de haven en de omgeving zien we dat we aan een aantal dingen niet toekomen, waaronder het British National Museum. Daar zouden we nog een dag langer voor moeten blijven, wat er niet inzit.
Maandag 21 september 2009 Stevenston
Onze laatste dag in Canada brengen we in Stevenston door. Vanmorgen hebben we afscheid genomen van Victoria. Jammer, want we hadden er best nog wel een dag aan kunnen plakken. Buiten wat vooroordeel bevestigende missers van de kaartlezeres om de stad uit te komen, bereiken we de Ferry in Schwarzbay. Het is heerlijk op de boot die anderhalf uur tussen eilandjes doorvaart. Weer van de boot rijden we langs pompoenvelden. Wat een leuk gezicht al dat Halloweenfruit.
Stevenston hadden we al een keer bezocht vanuit Vancouver en is nu een prima plaats om hiervandaan morgenochtend de auto weer in te leveren op de luchthaven van Vancouver. Vlakbij de haven boeken we een overnachting en gaan direct aan de wandel. Het weer is prachtig. Door een park en over een dijk loopt een mooie wandelroute. We hebben uitzicht op zee en lopen ook een stuk langs kwelders. Een van de weinige keren dat we ook koeien zien.Hele rare, namelijk behaarde beesten. Het uitzicht is dusdanig helder dat we aan de overkant de bergen kunnen waarnemen, o.a. die berg van mijn stoeltjeslift.
In dit vissersdorp is flink wat reuring. In de hoofdstraat is een filmploeg actief. 's Avonds horen we een hoop kabaalen geschreeuw van een paar meiden. Er is een Canadese soapheld in het dorp voor filmopnames. Meiden met tranen in de ogen en jankend met de mobiel aan het oor, doen me denken aan de 60-er jaren, de Beatles en Rob de Nijs.
Het is een mooie herfstavond, met een van de mooiste zonsondergangen aller tijden. De masten van de vissersvloot steken donker af tegen een steeds roder wordende lucht. Het fototoestel ligt veilig in de koffer. Lekker handig.... Mocht ooit iemand hier langs komen, dan is Charthouse een plek om te eten, maar dan wel met deze schitterende zonsondergang, die je er gratis bij cadeau krijgt.
Deel 2 van onze reis is voorbij Deel 3...... Here we come!!!!
Dinsdag 22 september 2009 Vancouver - New York
Nog een laatste wandelingetje door Steveston. Er wonen hier veel - van oorsprong - Japanners. Zij zijn voornamelijk actief (geweest) in de visvangst en dat zie je ook op het gedenkteken voor verdronken zeelui; veel Japanse namen. De lucht is strakblauw en het is nog doodstil. In het café waar we ontbijten, zitten veel mensen uit de visverwerkende industrie, die met elkaar eten en praten voor ze aan het werk gaan. Albert bestelt en de mevrouw vraagt:' How do you like your eggs love?' En vervolgt: 'looking at you?' Lollig. Wij zeggen gewoon: spiegeleieren.
Heerlijk om de auto ook weer in te leveren en te weten dat we het er zonder ongelukken hebben afgebracht. De reisleider heeft zich een waar chauffeur getoond. De hectiek rond het inchecken op de Canadese luchthaven naar Amerikaans grondgebied is misschien meerderen bekend, maar voor ons nieuw. Eerst hebben we teveel bagage bij ons. Niet teveel in gewicht maar teveel per tas. We hebben er twee en mogen er vier. Dat betekent overpakken in de hal. Dan kom ik niet zonder gepiep en gerinkel door de detectiepoortjes, terwijl ik toch mijn schoenen en vest al uit heb. De boosdoeners: sieraden en knopen van mijn broek. Zelfs de computer moet open en daar wordt met een watje een monster van genomen. Welk doel dat heiligt, weet ik niet. Overigens is iedereen uitermate vriendelijk en begripvol waar het om onze uitdrukkingsvaardigheid in het Engels gaat.
Met z'n tweeën hebben we drie zitplaatsen. Dat maakt de 5-uur durende vlucht tot een makkie en om tien uur landen we op New Ark. Een taxi brengt ons naar het midden van de stad, op Washington Square, een hele centrale plek. Al is het inmiddels middernacht, onze biologische klok loopt nog 3 uur achter. We verschillen nu zes uur in tijd. Het Washington Square hotel ligt heel centraal gelegen in Manhattan, niet ver van 5th Avenue. Morgen zien we wel hoe het hier in elkaar steekt.
Woensdag 23 september New York
'Als we nu proberen om 8 uur buiten te staan.....' stelt Albert voor. Dat is vandaag niet gelukt want door het tijdverschil werd het 9 uur. Mijn hemel, New York verplettert totaal. We komen al snel in de heksenketel van 5th Avenue en lopen een beetje verbouwereerd om ons heen te kijken. Wat een gebouwen, wat een hoeveelheid mensen en wat een verkeer. Albert roept iets over het Chrysler gebouw, wijst me van alles aan, maar een groot deel ontgaat me. Ik zie de brandtrappen uit West Side Story, het geel van de talloze taxi's en de daktuinen in de zijstraten. Het Centraal Station staat ook op het programma. Velen staan er foto's te maken. Wat een immense hal en wat een uitstraling. Via de Zoo komen we dan in het wereldberoemde Central Park. Een hele rust en een verademing na het kabaal van deze wereldstad. Het is aangenaam koel op deze broeierig warme dag. Het is er heerlijk toeven. Weer opvallend hoe schoon het is; verder vind ik het opmerkelijk hoe netjes de aangelijnde honden naast hun baas blijven lopen; het lijkt wel of ze allemaal de blindegeleide-opleiding gevolgd hebben.
Wat ik absoluut wil zien is Strawberriefields... de plek waar John Lennon werd vermoord en waartegenover een gedenkteken in het park is. Dat is een vrolijk half uurtje. Nooit gedacht dat sommige mensen naast zijn foto gaan liggen om zich te laten fotograferen, iemand Imagine voor zich uit neuriet of helemaal in de tristesse schiet. We gaan verder en komen op Broadway, waar we de musicals aangekondigd zien, die we allemaal kennen. Rijen staan te wachten tot de verkooploketten open gaan voor de lastminute tickets, te koop voor de helft van de prijs. Leuk om dat ook mee te maken, alleen is daar de tijd van ons verblijf hier te kort voor. De kathedraal (St. Patrick) is voor mij altijd een must en de gids heeft daar nooit bezwaar tegen. Hij staat zelfs spontaan twee dollar af om een kaars op te kunnen steken. Het is een prachtige kathedraal die zich kan meten met bouwwerken die we in Europa hebben. Alleen steekt deze nietig af tegen de wolkenkrabbers er omheen.
Via een straat met allemaal juwelierszaken komen we bij de Hudsonrivier. Albert boft omdat hij meteen het museum ontdekt met het vliegdekschip. Een van de dingen die bovenaan zijn verlanglijstje staat. Hij ontdekt verder het Hotel Chelsea. Lennard Cohen heeft hier een lied over geschreven en verder schijnt HPJ Hofland, columnist van NRC Handelsblad, hier een aantal maanden per jaar te wonen. Ja ja, dat vermeldt geen ANWB-gids!
Via de waterkant bereiken we weer onze omgeving, eten buiten en zitten nog in het parkje op de hoek, maar dan is het inmiddels wel dertien uur later dan we hier vertrokken.
Donderdag 24 september 2009 New York
Er staan ons vandaag heel wat high lights te wachten. Het hotel ligt in een buurtje dat toch wel heel veel van Amsterdam Zuid en de Pijp heeft. Gezellig om doorheen te lopen, mooie en gerenommeerde winkels en kunsthandel. De richting die we gaan is lower Manhattan. Logisch dat één van de bezienswaardigheden Ground Zero is. Een enorme bouwput inmiddels waar hard gewerkt wordt. De voorbereidende boeken hadden de suggestie om bij Burger King naar de eerste etage te lopen, omdat vandaar een blik in de bouwput geworden kan worden. En dat klopt dan ook... De St. Paul Chapel heeft een herdenkingsfunctie gekregen en maakt meer indruk op mij dan ik had gedacht. Die foto's, de brieven, de omgeving. Het zal altijd een bijzondere plek blijven.
We zijn in de buurt en Wallstreet geeft om 12 uur een rondleiding door het financiële centrum. Toch doen we het maar niet, we houden het op de bezichtiging van de imposante hal . Er staat een auto geparkeerd met een wel heel bijzondere en opvallende sticker op de achterruit: Socialism en dan twee karikaturen van Obama en Marx gebroederlijk naast elkaar getekend en dan de tekst Obama en Marx gescheiden door het hamer & sikkel teken.
Het leek vanmorgen iets frisser maar niets is minder waar. Goh, wat is het warm ook al is het van tijd tot tijd bewolkt. Zelfs Battery Park geeft geen verkoeling. Albert pauzeert op een bank in de zon en ik vind het leuk om alle kraampjes te bekijken die er staan. Rappende jongens en een keur aan mensen van de meest uiteenlopende types.
De Ferry brengt ons naar Staten Island en in de verte zien we Alice Island liggen waar vanaf 1900 de emigranten aankwamen. Albert helpt me herinneren aan het feit dat hier ook de broers van mijn oma ((voor ons: moe) (Sam Blits en de naam van de ander schiet me nu niet te binnen)) zijn aangekomen, toen zij hun geluk gingen beproeven in de Nieuwe Wereld. Zouden hun nazaten hier nog wonen? Je zou bijna geneigd zijn Spoorloos in te schakelen om te weten of je hier nog familie hebt. Het zal wel want het 'oude volk' is in ruime mate vertegenwoordigd in New York. Het Vrijheidsbeeld ziet ook iedereen die deze stad bezoekt en wij dus ook.
Teruggekomen met de ferry op Manhattan, gaat de tocht te voet verder naar de Brooklynbrug. Een ervaring, zowel heen als terug. Het enige dat ik er nog over kan zeggen dat ik inmiddels de meest gefotografeerde 60-plusser ter wereld ben. 'Het is belangrijk voor het perspectief' zegt de fotograaf; 'anders zie je niet hoe groot, breed, lang iets is.' Heeft hij jaren geleden eens opgestoken van zijn vriend Gerard.
De voeten zijn inmiddels wat opgezet en ook een pauze op een bankje geeft weinig verlichting meer. Toch moet ik nog wel en half uurtje bij de rechtbank wachten, want er staat een hele politiemacht, televisiewagens en mannen met 'oortjes'. Misschien komt Obama wel.... Niet dus! Alleen de gouverneur van New York vanwege de beëdiging van iemand van de rechterlijke macht. Ook leuk.Het gerechtsgebouw herken ik zelfs; dat komt bijna in iedere Amerikaanse film voor. En door trekt de karavaan; langs de Fulton Market, voorheen de vismarkt.
Wat ik allemaal aan informatie krijg op zo'n dag van mijn persoonlijk begeleider is niet weer te geven. Zou ik dat doen, werd dit verslag een trilogie. Alleen maar wat indrukken, zoals de binnenplaats waar vier auto's boven elkaar gehesen, geparkeerd blijven. Navraag bij de parkeerwacht, wat er nu gebeurt als mijn auto de bovenste is en ik hem nodig heb: de onderste moet eerst weggereden, dan moeten de overigen een etage zakken enz. enz. Lekker arbeidsintensief maar wel een grappig gezicht.
En o ja, die prachtige delicatessenzaken. We kijken onze ogen uit naar al die verse kant- en klaarkeuzes, de groenteschotels, vleesgerechten, pasta's en vissoorten. Zo uitgebreid hebben we niet eerder gezien. Onderweg terug lopen we nog door Chinatown maar volgens mij ben ik inmiddels geestelijk afgehaakt en ben ik drukker met het bekijken van de etalages. Al zijn we dan de hele dag buiten, kan je hier niet spreken over gezonde buitenlucht. Mensen moeten hier toch kinkhoest oplopen op den duur? Misschien dat ook hier in de toekomst monddoekjes gedragen gaan worden, net zoals in Bangkok.
Na deze moordende - maar uiterst informatieve, leuke en lange dag, gaan we eens lekker uit eten; we doen namelijk redelijk pover na de overdadige Alaska-trip.
De suggesties van het thuisfront zijn aan de reisleiding doorgegeven, die ze in zijn plannen zal betrekken.
sanja
Bericht uit Vancouver Island
Dinsdag 15 september 2009 Courtenay
Vancouver vonden we beiden een onvergetelijke belevenis en als het aan mij ligt kom ik hier nog wel eens terug.
Achteraf gezien is het 100% meegevallen met het ophalen van de auto. Dat hij niet aan de praat raakt, het alarm afgaat, niet de achterbak opengaat maar het raam van de achterbak en dat het vak dat ik open wil maken, niet opengaat omdat dat de airbag is, dwingt ons tot rust.
We nemen verder gewoon ruim de tijd in de parkeergarage om alle knoppen te herleiden tot hun functie. Drie mensen houden we aan voor een extra toelichting maar de auto is stevig en ziet er uit als een tank. Veiligheid voor alles. Het moeilijkst - de parkeergarage uitkomen - lukt ook en als we eenmaal de stad uit zijn halen we opgelucht adem. Per ongeluk nemen we de toeristische route naar de Ferry die langs de baai voert. Een goed per ongelukje want zo hebben we weinig tegenliggers en ook nog een heerlijke route. Het is druk bij de veerdienst. Na een uur kunnen we de boot op. De overtocht naar Vancouver Island duurt twee uur. We hebben vakantie, de druk is eraf en de radio kan aan. Die geeft een enorme knal. Ontploffing? We schrikken ons de blubber. Nee, een rocknummer dat juist op dat moment.... Gespannen? Nee hoor, helemaaaaaaal niet.
Het is een echte reisdag en rijden daarom niet verder dan tot een uur of vier. We zijn dan in Courtenay, een plaatsje aan de kust. Niets meer doen, niets meer ondernemen dan gezellig eten in een Ierse pub.
Woensdag 16 september 2009 Courtenay
Heel Canada breekt alle records met betrekking tot het weer. Het is extreem warm, alleen zijn wij linksaf gegaan richting regen... Dat kwam vanmorgen met bakken uit de hemel. Het wordt een achteroverleundag want we gaan met de auto naar een van de natuurparken. Langs de kust is het lekker rijden voor Albert en eenmaal in het natuurpark aangekomen kijken we onze ogen uit. Eigenlijk rijden we nu door de wildernis, die we steeds vanaf de boot zo bewonderd hebben in de verte. Prachtige meren omzoomd door kaarsrechte metershoge dennen. In de bosbouw zijn veel mensen aan het werk en het valt op, dat evenals in de bouw in Vancouver, heel veel vrouwen participeren in mannenberoepen. Best stoer.
Wat wil je nou nog meer als af en toe de zon doorbreekt en de bergen verkleuren, er in de naaste omgeving geen mens te bekennen is en je hoort alleen het water? Dit is niet op papier te krijgen. Ook de gemaakte foto's zullen deze sfeer niet kunnen weergeven. Albert rijdt inmiddels soepel in de 'powered by Microsoft' auto tot 1800 meter hoog. Het gaat weer regenen en dat is geen gewone regen. Het komt met pijpenstelen naar beneden en af en toe lijkt het of we gewoon door het water rijden. We zien net op de televisie dat op 16 september 2001 alles hier wit was van de sneeuw. Niets veranderlijker dan het weer!
Donderdag 17 september 2009 Tofino
230 Kilometer hebben we te gaan om van de oost- naar de westkust te rijden. Het is heerlijk weer en rustig op de weg. We gaan dwars door het Nationale Park en stoppen bij een stuk oerbos de cathedrals'cove genaamd, waar de hoogste sparren van dit gebied staan en honderden jaren oud zijn. Verboden gebied als het waait of stormt omdat niet te voorzien valt wanneer zo een gigant omgaat. Het moet voor de lezer saai zijn al die natuurpraatjes maar voor ons was het toppunt om te zien hoe de zon probeert door te dringen door die bomenmassa. Een paar keer in ieders leven komt het 'ones in a lifetime'moment; dit was er voor ons absoluut een. Aan de andere kant van de berg passeren we nu een klimaatgrens en komen meteen in zwaar bewolkt weer dat aan het einde van de dag zal uitgroeien tot zware regenval. Nu is het echter nog niet zover. De omgeving is schitterend, het water van de meren onderweg is zo helder, alsof het zo uit de kraan komt.
Van tijd tot tijd probeer ik nog wat knopjes uit in de auto. Dat Albert iets wiebeligs over zich krijgt valt me niet op, maar wanneer hij zegt dat hij het gevoel heeft dat hij op een theelichtje van zijn oma zit, begrijp ik dat ik op een of andere manier de stoelverwarming heb aangezet. Tegen de tijd dat we de auto weer inleveren, weten we vast waar de helft van de knoppen voor bedoeld is.
Aangekomen in Tofino boeken we een bed dat pal aan de Mac Kenziebaai ligt. Wat een view. Het is de bedoeling dat ik de foto's op de computer zet maar we zijn als de dood dat er iets mis gaat en we ze dan allemaal kwijt zijn; het moet maar wachten tot we weer thuis zijn. Een wandeling over het strand, dat grotendeels is droog gevallen. En dan te denken dat aan de andere kant van deGrote Oceaan Japan ligt....
De dag is nog niet om en Long Beach is de moeite van het bezoeken waard. Nu lopen er maar een paar mensen maar 's zomers schijnt dit hét vakantiegebied van de Canadezen te zijn. Verder brengen we nog een kort bezoek aan Ucleluet, een vissersdorp dat voornamelijk door Indianen wordt bewoond. In de hemel heeft inmiddels iemand alle kranen opengedraaid en ondanks het feit, dat we ons hand niet omdraaien voor een stukje lopen om te gaan eten, overbruggen we nu de afstand van 5 minuten met de auto. Het is niet normaal. Nog een misverstand dat ik denk dat iedereen al in kerststemming is. Overdreven vind ik het. Maar als je hier een lamp in de boom hangt als buitenverlichting lijkt het meteen kerst natuurlijk, want het zijn allemaal sparren. Nu lekker slapen met naast ons het geluid van de zee. Ons tijdsbesef is allang verdwenen. Bij jullie is de vrijdag begonnen, bij ons de donderdag nog niet voorbij.
Vrijdag 18 september 2009 Dofino
En dan word je wakker met het geluid van de branding, het strand, wat rotsen voor de kust en hier en daar wat bomen. Heel wat anders dan de gemeenschappelijke tuin op het Millingenhof. De omgeving hier doet nog het meest denken aan de Waddeneilanden. Ruig net zoals een groot deel van de mannelijke populatie. Veel baarden, blokhemden en tatouages.
Het regenwoud dat de reisgids vandaag als doel heeft, heeft een heel mooi houten wandelpad, een halve meter boven de grond. Zo wordt er niets beschadigd. Door de dichtheid van de wildernis komt er nauwelijks daglicht. Wel genoeg om een zee van varens te laten groeien, de bomen zijn begroeid met mos en zwammen en sommigen zijn meer dan 600 jaar oud. We lopen in een levende documentaire...
Inmiddels knapt het weer op wat voornamelijk te maken heeft met de locatie. We zijn weer aan de oostelijke kant van het Natuurpark. Reisbureau 'Met Ab op stap' heeft voor alles een oplossing want het programma aan de westkant kon door de slagregen niet verder uitgevoerd. Vlak voor we de oostkant weer bereiken, slaan we een zijpad in en komen op een punt vanwaar twee watervallen lopend te bereiken zijn. Ook weer indrukwekkend en niet te verwoorden. Na dit natuurwonder aanschouwd te hebben, volgt een oersaaie en lelijke lange highway naar Victoria. De temperatuur loopt op maar gelukkig alleen buiten de auto. Het is inmiddels weer 24 graden en de tocht is vermoeiend.
Na een kop koffie is die laatste 50 km ook zo voorbij en zijn we in Victoria. Allemaal eenrichtingverkeer en dat maakt het vinden van het centrum er niet eenvoudig op. Het zoeken naar een slaapplaats is moeilijker en uiteindelijk vinden we een kamer voor één nacht. Douchen, schone kleren aan en we zijn klaar voor Victoria. Wat een reuze leuke Engelse plaats. Kleinschalig, gezellig, druk en bedrijvig. Morgen gaan we echt op zoek naar een andere overnachtingsmogelijkheid. Veel te leuk om hier nog even te blijven. Ruime winkelstraten, rode dubbeldekkers en heel veel pubs. Eten doen we weer in een Ierse pub, waar de vrijdagavond alle jongeren uit de stad bij elkaar gebracht heeft. Er speelt een fantastische band Ierse folkmuziek. Iedereen gaat helemaal los, ik ook, want ik neem een biertje.
Zaterdag 19 september 2009 Victoria
Het hotel heeft nog ruimte voor twee nachten. Tot maandag blijven we dus in Victoria. De stad is leuk genoeg om een paar dagen te zijn.
De chauffeur heeft recht op een vrije dag en de auto blijft in de garage. De groep heeft een 'vrije ochtend'. Het is maar goed dat ik het best redelijk goed met mezelf kan vinden, ik bedoel maar...... Je wordt toch maar mooi aan jezelf over gelaten. Iedere winkel die ik binnenga, roep ik ook: 'hi love, how are you doing today? ' Verder pas ik schoenen die ik van mijn lang zal ze leven niet zal kopen, sta tijden met van alles in handen en koop uiteindelijk helemaal niets. Om twee uur moeten we weer verzamelen. De gids heeft - naar eigen zeggen - zijn identiteit weer hervonden, maar ook het middagprogramma voorbereid. Lieve lezers, magnifiek. Een wandeling via de haven de stad uit en dan uitkomen bij de kust. Er staat een stevige bries, de zon schijnt fel en we kunnen lekker op een bankje uitkijken over de rotsen, de zee op. Die bankjes zijn opmerkelijk. In de meesten zitten gedenkplaatjes voor overledenen met de mooiste teksten. Beneden ons zijn surfers actief en bovenover veel wandelaars. Een wandeling van tien kilometer voor we weer in de stad terug zijn. Jullie moeten weten dat het oorspronkelijke programma er anders uitzag. Albert wilde namelijk met een grote rubberen boot - een zg. Zodiac - een whalewatching doen. Als ik de deelnemers in de haven onderweg zie naar hun boten met allemaal eenzelfde rubberen pak aan met daar overheen een zwemvest, is het mij snel duidelijk. Ik heb veel voor die man over en ik wil het wel doen maar alleen als ik in het midden kan zitten en de hele tocht mijn ogen stijf dicht kan houden. Albert vreesde het al na het debacle met de stoeltjeslift. Een tochtje met een watervliegtuig wordt om dezelfde reden van de hand gewezen. Gelukkigpakt het wandelen goed uit. Victoria heeft leuke woonwijken. Wat een ruimte en wat is het toch schoon overal.
Bij het Parlementsgebouw trof Albert vanmorgen demonstranten, die ageerden tegen de belastingverhoging. Een grote groep vrouwen slaat op trommels onder het zingen van het bekende strijdlied o - li - o - li - o - la..... Dat heb ik dan weer gemist.
Sanja
vier dagen Vancouver
Vrijdag 11 september 2009 Vancouver
Deel 1 van onze vakantie in drie delen zit er op. In Vancouver nemen we een taxi naar het hotel dat op ‘loopafstand' van het centrum ligt. Nou ligt bij Albert alles op loopafstand, dus dat scheelt sowieso de helft. Maar goed, de truien en warme sokken kunnen weer opgeborgen en ook de pumps van mevrouw en het pak van meneer hoeven niet meer aan te treden. Het is erg warm, we zijn gewoon in een heel andere klimaatzone terecht gekomen.
De stad bestaat voor de helft uit Aziaten en dat is ook het eerste wat opvalt. Verder de regelgeving. Die is streng en uitgebreid maar wordt nageleefd. Ik vind dat prettig maar degene die tegen mij zei dat ze het overgereguleerd vindt, snap ik ook wel.
Geen doel zo'n eerste dag en we verkennen de binnenstad van Vancouver. Via de Chinese wijk lopen we richting haven en komen meteen door de grootste achterbuurt van deze stad. Veel gemankeerde daklozen en verslaafden, waar iedere grote stad mee te maken heeft. De inwoners van Vancouver zijn er over het algemeen zeer laconiek onder en snappen dat daklozen hun heil in Vancouver zoeken vanwege het milde klimaat. Het centrum is zo anders dan bij ons, maar moeilijk uit te leggen waarom dat is. Het is sowieso schoner, minder vuil op straat, hondenpoep wordt door de hondenbeheerder onmiddellijk opgeruimd op straffe van een flinke boete. Maar het is ook niet zo een oude stad als Amsterdam. De gebouwen zijn hoog, groot en de straten ruim. Vooral de bibliotheek is bijzonder omdat die rond gebouwd is. Die wordt niet voor niets het Colosseum genoemd. Er straalt een enorme grandeur van uit en is omgeven door allerlei winkeltjes en gezellige terrassen. We lopen maar een beetje te kriskrassen en bereiken via een gigantische brug het Grand Ville Island; een voormalig industrieterrein onder de bruggen aan de kreek. Op dit terrein staan nu diverse overdekte markten, kunstwinkels, galerieën en eetgelegenheden super gezellig. Je kunt geen keuken bedenken die er niet vertegenwoordigd is, van Iranees tot Thai. Zouden wij ook moeten hebben overal van die aanwijsmaaltijden. Met een waterbusje gaan we terug naar ons Best Western Hotel Uptown. We houden het tot 8 uur vol en dan is het ook ineens donker.
Zaterdag 13 september 2009
Een strakblauwe hemel belooft weer een mooie dag. De gids is er al vroeg klaar voor om naar Stanleypark te gaan. We gaan met de bus want we (lees: ik) hebben de energie nodig om het park in de rondte te wandelen. Dat is 12 km. Nee, ik ga niet beschrijven wat voor park het is, dat kunnen de reisgidsen beter, maar het is geweldig leuk. Overal fietsers, skaters, wandelaars, een aquarium, wandelroutes door het bos. We houden ons aan de wandeling langs het water. Het park wordt nl. aan drie kanten omgeven door water, zee, meren. Fantastisch.... Er komen bevers het water uit en Albert heeft rustig de tijd om er foto's van te maken, we zien schildpadden en zelfs een grijze eekhoorn. Het is druk en drukkend warm. Vanuit Stanley Park gaan we verder langs de haven en komen zo weer in de drukte van de stad. Mijn allereerste indruk dat dit een rustige stad is, was duidelijk gebaseerd op de vroege vrijdagmorgen toen we net aangekomen waren. Inmiddels weten we beter. Wat een gigantisch grote stad.
Het openbaar vervoer loopt als een trein, bus, boot en voordringen is er nauwelijks bij. Met een enorme zeebus - een kruising tussen een pont en een draagvleugelboot - gaan we naar de overkant. Vandaar heb je een geweldig uitzicht op de skyline van Vancouver.
Tijdens de voorbereidingen van de vakantie had Albert een adres genoteerd van een Italiaans eethuis waar ze de beste pizza's bakken van de stad. Leuk, want dat brengt ons naar de Italiaanse wijk. Weer een heel ander deel van de stad met een hele andere sfeer. Als we Luigi (of iets dergelijks) eindelijk gevonden hebben,is die tent uitgerekend tot morgen gesloten. Zo zie je maar, dat je de zaken nooit helemaal onder controle kan hebben. Een alternatief hadden we achter de hand, want iedereen is bereid je te helpen of te adviseren.
Zeker weten we dat we ergens in de buurt van ons hotel moeten zitten, als we uitgegeten zijn en weer op straat staan maar waar precies is ons niet duidelijk. In ieder geval moeten we met de bus. De chauffeur zet ons af op een kruispunt waarvan de naam ons vaag bekend voorkomt. Maar wat nu.....In geen velden of wegen een aanknopingspunt. Ik schiet een meisje aan of ze weet waar het Best Western Hotel ligt, maar het arme kind schrikt zich een ongeluk en piept alleen maar: downtown, downtown, downtown en holt hard weg.
Mijn persoonlijke reddingstroep pakt het wat rustiger aan en benadert een Japanse mevrouw (het is verdomd net Wendy van Dijk als Ushi) die onderweg naar de pinautomaat is. Nou, dat treft, want ze is op weg naar vrienden om een avond te gaan kaarten en ze wil ons wel brengen met de auto want het is echt te ver om te lopen en ze komt er toch langs. Ze heeft gelijk.... Uiteindelijk zitten we nog 20 minuten bij haar in de auto, weten we alles over haar dochter, haar man, de kijk op de wereld, haar ervaringen in Europa en nog is er tijd over om ons te vragen wat we van Canada vinden. We concluderen dat we maar mooi mazzel hebben gehad dat ze ons meenam, want er was in geen velden of wegen een vorm van verder openbaar vervoer te bekennen en dat was geen leuke wandeling meer geworden na een hele dag in de benen. Mevrouw Ushi is het slot van een intensieve geweldige dag.
Zondag 13 september 2009
Het reisprogramma is uitgekiender dan ik dacht. Gisteren was een fitnessdag en vandaag heeft de touroperator bedacht dat het een openbaar vervoerdag wordt. Rustig aan dus. Wat we beslist moeten zien is Grouse mountain, een hoge berg die per kabelbaan is te bereiken vanaf Noord Vancouver. Je moet wel een beetje vroeg zijn want het is zondag en dat kan enorme rijen wachtenden veroorzaken. Eerst met de bus naar de haven, met de zeebus naar de overkant en dan nog een keer met de bus. Er staan geen rijen en voor die kabelbaan draai ik mijn hand niet meer om. Een lift waar 100 mensen in passen en in 10 minuten naar 1250 meter gaat. Boven aangekomen splitsen de wegen zich van de bezoekers. Geoefende bergwandelaars verdwijnen op de helling, deltavliegers verzamelen zich en een paar enthousiastelingen melden zich voor een helikoptervlucht. De rest vergaapt zich aan het schitterende uitzicht over Vancouver in de diepte, over de zee en de met sneeuw bedekte toppen van de Rocky Mountains in de verte. Het kan allemaal nog fenomenaler. De laatste 130 meter kan je namelijk nog verder omhoog met een stoeltjeslift, waar het uitzicht helemaal overweldigend moet zijn. Nou, ik laat me niet kisten en ga ervoor. Als we drie meter onderweg zijn, heb ik het al in de gaten.... Dit wordt helemaal niks. Ik ga nu zo een grens over met mijn hoogtevrees, maar ik kan natuurlijk geen kant meer uit. Ogen dicht en niet kijken. Diep inademen en rustig uitademen; proberen nergens aan te denken. De hele tocht schijnt acht minuten te duren maar voor mij is het zeker anderhalf uur. Voor Albert ook niet echt leuk, want zijn lol is ook verdwenen met een aan zelfmoord neigende vrouw naast zich. Nadat, boven gekomen, de spanning een beetje verdwenen is, hebben we snel in de gaten dat het niet mogelijk is om te voet naar beneden te gaan. Veel te steil en redelijk onbegaanbaar. Nou ja, ik ben boven gekomen en dan moet het naar beneden toch ook lukken? Het worden acht spannende minuten met mijn ogen stijf dicht. Acht minuten die ik mijn leven lang niet vergeet. Zo bang dat ik uit dat bakkie de diepte in zal storten. De rest van de middag moet ik het ontgelden want volgens Albert heb ik de hele rit naar beneden als een prevelende Tibetaanse monnik naast hem gezeten. Natuurlijk zat ik niet te prevelen maar probeerde ik de paniek te onderdrukken met mezelf moeilijke sommen op te geven, het alfabet op te zeggen van Z naar A en me de tekst te herinneren van het liedje: een veldmuis vond in het beukenbos.... Nooit meer, nooit meer maar dan ook nooit meer (al was het uitzicht daarboven zo mogelijk nog mooier, voegt mijn man me toe).
Met het optreden van de Lumberjacks (houthakkers) wordt het toch nog leuk op de berg. Een spektakel van twee kerels die o.a. een wedstrijd doen wie het eerst een boomstam van 15 meter beklommen heeft en bovenop de boomstam gruwelijke kunstjes uithalen. Wedstrijdjes houden in bijlen gooien, op boomstammen staan en een watergevecht houden, van dat soort dingen. Het is letterlijk en figuurlijk: van dik hout zaagt men planken. Hartstikke lollig.
Vanuit de stoeltjeslift zag Albert plotseling een paar grizzlyberen beneden in het bos lopen. Hij schrok zich helemaal wild en probeerde met één hand foto's te maken, terwijl hij tegelijkertijd in de gaten moest houden of ik geen springneigingen kreeg. Beneden aangekomen bleek dat de beren achter een omheining leven, in hun natuurlijke omgeving. Een béétje slimme toerist weet daar wel een foto van te maken alsof hij deze beesten toevallig net tegenkwam tijdens de survival, nietwaar?
Het openbaar vervoer brengt ons in de middag naar Steveston, een schilderachtige vissersplaats met een fantastisch zicht op de scheepjes en bootjes die in de haven liggen. De zon schijnt op de vissersvloot, de bewoners ‘vieren' hier duidelijk de zondag en komen elkaar op deze ‘zeemanswerf' tegen. Dat de vis er vers is hoeft verder geen betoog en Albert geniet van een perfecte vissoep.
Na terugkeer in Vancouver belanden we in de kathedraal waar een Spaanse dienst aan de gang is. Begrijp daar natuurlijk niets van maar ik vind het wel altijd leuk om te kijken. Tot er plotseling opgeroepen wordt elkaar de hand te geven en elkaar een kus te geven. Lekker in deze tijd van Mexicaanse griep en de hele dag je handen wassen. Wegwezen dus... In de bus roept Albert nog de toorn op van een dronkenlap die hem maar blijft toeroepen dat hij die smile van zijn face moet halen, anders zorgt hij er wel voor dat die face nooit meer kan smilen, dat hij hoopt dat hij him understand en dat hij him never forget. Hoort ook bij vakantie in de grote stad.
Maandag 24 september 2009
Gisteravond hebben we overlegd wat te doen met onze laatste dag in Vancouver. We kunnen naar Whistler, dat volgend jaar de winterspelen organiseert. Een treinreis de bergen in. Of we maken er een culturele dag van. De weersverwachting voor vandaag is half bewolkt en geen optimaal weer voor de bergen; we kiezen voor de musea waar we beslist geen spijt van hebben.
Op basis van de voorbereidende boeken gaan we met de skytrain eerst naar New Westminster. Een rommelig gebeuren en heel leuk om te zien. Het heeft absoluut zijn voordelen getrouwd te zijn met een pensionado die de tijd heeft zulke dingen uit te zoeken. Het plaatsje is de oudste nederzetting met stadsrechten in West Canada. We zien een echte River Radarboot die nu dienst doet als restaurant. Vanuit de skytrain zien we hoe gigantisch groot Vancouver is. Volgens mij hebben we nu al heel wat stadsdelen gezien. Heel grappig is trouwens het oversteken. Bij ons begint er iets te ratelen als het voetgangerslicht op groen staat, hier begint een vogeltje te tjilpen als je links oversteekt en de weg rechts geeft een koekoeksgeluid. De natuur een beetje ver doorgevoerd in de stad.
Het Museum of Anthropology ligt aan de andere kant van de stad en is een onderdeel van de universiteit van British Colombia. We moeten over een enorm studentencomplex en ik kijk mijn ogen uit. Nog nooit ben ik op een campus geweest; dat is gewoon een stad op zichzelf. Honderden studenten op weg van of onderweg naar college; faculteiten, winkelcentra, sport- en recreatiecentra; stadions. Alleen maar jongeren. Ik werd er helemaal vrolijk van. Hoeveel huwelijken zullen hier zijn oorsprong vinden en hoeveel liefdesverdriet zal hier geleden worden.
Het museumgebouw is modern en licht, omgeven door een grote tuin, waarin ‘longhouses' worden gerestaureerd. En ik maar denken dat Indianen in Noord-Amerika in wigwams woonden. De totempalen en ander indiaans houtwerk zijn voornamlijk 'groot'. Het zal ons niet allemaal levenslang bij blijven maar wel een ‘must' bij een bezoek aan Canada.
Het maritiem museum wil met name Albert graag zien. Dat is gelegen in het Vanier Park. Eigenlijk is het museum gebouwd om het eerste schip heen dat tijdens de 2e wereldoorlog de noordwestelijke doorvaart van de Atlantische naar de Stille Oceaan heeft bevaren in beide richtingen. Deze tocht heeft twee jaar geduurd (dit bedenk ik natuurlijk niet zelf, soms wil de reisleider ook inspraak zoals nu).
Het Vancouvermuseum ligt hier vlakbij. Gesloten wegens werkzaamheden. Tja, dat kan gebeuren. We vinden het niet echt erg want er is genoeg cultuur gesnoven en de tijd beperkt. Op een bankje aan het water uitkijkend over zee realiseren we ons wat we een hoop gezien hebben en wat er nog op de rol stond maar we gewoonweg niet aan toekomen. De afgelopen vier dagen zijn we steeds twaalf uur op sjouw geweest, meer zit er niet in. Het eind van de middag brengen we nog een keer op Grand Ville Island door en eten op de overdekte markt bij de Chinees. Leuk was de ontmoeting met de moeder van een 4 maanden oude baby, die vertelde dat het bevallingsverlof hier 1 jaar is, men 60% krijgt doorbetaald en of de vader of de moeder dit op kan nemen, of allebei een deel. Kunnen we nog heel wat van opsteken.
Morgenochtend gaan we de huurauto ophalen en vertrekken we richting Vancouver Island. Het zal wel even overschakelen zijn naar een automaat. O nee, dat schakelen moeten we dus maar laten.
laatstecruise-deel
Dit wordt het laatste verslag vanaf de boot....
Zondag 6 september 2009 Sitka
Bij een hele gezellige koffieshop kunnen we koffie drinken en internetten tegelijk. Het is ervol jongelui die elkaar hier treffen op zondagmorgen. Door daarna niet de hoofdstraat te nemen, maken we een mooie wandeling door een rommelige buurt en langs een meertje. Verbazingwekkend al die houten huizen met de winters die men hier heeft, maar hout hebben ze natuurlik in meer dan voldoende mate. Over Sitka hoef ik verder niets te melden dan dat we nu een ander deel hebben gezien dan vorige week,
Met een pijnlijke voet liep ik van de week naar de dokter op het schip. Er zit een splintertje in mijn teen dat ik er liever zelf niet uithaal. Wat een ervaring.... Ik zit nog niet of ik moet eerst - in de wachtkamer dus - mijn voet laten zien, waarmee het waarheidsgehalte van mijn klacht bevestigd is. Dan komen er allerlei vragen over medicijngebruik, hoest- of proestneigingen, diarree, duizeligheid en nog wat dingen. Daarna krijg ik een papiertje onder mijn tong geduwd, Ondertussen begint de verpleegkundige een uitgebreid telefoongesprek. Redelijk voor joker zit ik daar tussen de wachtenden, maar gelukkig haalt ze het papiertje onder mijn tong vandaan, drukt mijn vinger in een apparaat en wijst dat ik mijn mouw op moet stropen / trui uit moet trekken. Gelukkig kom ik een heel eind met die opgestroopte mouw, want mijn trui uittrekken had ik toch echt niet gedaan. Bloeddruk gemeten, gewicht bepaald. Jongens, volgende keer zorg ik dat ik als laatste binnenkom want dan kan ik horen wat iedereen mankeert in plaats van dat nu de goegemeente op de hoogte is van mijn splinter.
Dan mag ik door naar de dokter, die de splinter er snel uit heeft en zich afvraagt of ik misschien drie dagen antibiotica moet gebruiken. Dat gaat me toch wel erg ver, een pleister lijkt me voldoende. Eén feit wil ik jullie niet onthouden: ik ben afgevallen. Hoeveel? 88 dollar LICHTER. Maar dan krijg je wel het hele pakket.
Maandag 7 september 2009, Skagway
Zo'n plaats als deze hebben we nog niet bezocht. Dit is zo weggehaald uit een Western, compleet met saloon, hotels, gekleurde houten huizen en houten stoepen. Er woonden vroeger zo'n 2000 mensen tot er goud gevonden werd en de stad in 1897 met duizenden goud- en gelukzoekers overlopen werd. De goudvelden lagen voorbij de White Pass en goudzoekers reisden met pakpaarden over de smalle route de pas over. De rust is er inmiddels weergekeerd en de stad, die nog 800 inwoners heeft, wordt nu in de zomer door duizenden toeristen bezocht. Over twee weken is de zomer voorbij en zullen er zeker ook veel bewoners wegtrekken om de winter elders door te brengen.
Mijn reisleider heeft vandaag een bezoek aan de Gold Rush Cemetery op het programma staan, het kerkhof van de gouddelvers. Het ligt zo'n 3,5 km vanaf de kade. Makkelijk te vinden en ontzettend de moeite waard. De graven liggen schots en scheef tussen de bomen in het bos en er omheen ligt een pad dat naar boven loopt naar een waterval. Aan dit kerkhof en zijn bewoners zit een heel verhaal, dat voor ons de moeite van het weten waard is, maar niet geschikt om op te schrijven.
Die 7 km heen en terug gaan mij niet in de koude kleren zitten, want vanmorgen hebben we op de boot ook al een uur gelopen. De middag is echter een stuk rustiger. We hebben een treinkaartje voor de historische stoomtrein over de White Pass. De compartimenten zijn van hout, voorzien van vast tapijt en iedere wagon een eigen WC en een enorme kachel. De White Pass and Yukon Route loopt van Skagway naar station Fraser in British Colombia en op een paar punten is de oude goudzoekersroute nog goed te zien. De trein rijdt door een van de mooiste en ruigste berglandschappen van Noord-Amerika. Een unieke belevenis. De bergen zijn hoog en begroeid met dichte bossen. De trein gaat langs diepe kloven en snelstromend water. Hoe hoger we komen, hoe meer we in de flarden van wolken terecht komen. In de rijrichting van de voortsukkelende trein zien we in de verte bruggen over ravijnen en waarvoor ik mijn hart voor vasthoud. Houdt die brug het wel? Ja natuurlijk wel.
We balanceren op de grens van Alaska en Canada, wat op zich al uniek is. Op het hoogste punt bevindt zich een uitgestrekte vlakte en een groot meer. Hier maakt de trein een soort lus, om daarna weer de 1003 meter naar beneden te rijden. Het imposante rotslandschap kleurt langzaamaan weer groen van de bomen. We zien enorme waterpartijen de rotsen afkomen die op sommige plaatsen in stilstaande ijsmeren veranderen.
Het is een onvergetelijke trip van ruim 3,5 uur en het fototoestel heeft overuren gemaakt. Het is kouder dan vanmorgen, toen we de dag begonnen met 12 graden. Albert heeft de hele rit naar boven op het platform gestaan tussen twee rijtuigen in en is volledig verkleumd. Maar ja, zonder glas ertussen maak je wel de mooiste plaatjes.
Een cruise maken klinkt saaier dan het is. Al zijn we nog geen twee weken weg, hebben we het gevoel al verschrikkelijk veel gezien te hebben. We zijn op de terugweg maar het is toch niet voor te stellen dat we nog 1500 kilometer hebben te varen voor we weer in Vancouver zijn?
Dinsdag 8 september 2009 Juneau
Het is wat bewolkt en 10 graden. Toch voelt het niet koud. Waarschijnlijk omdat we nog nergens last van wind gehad hebben. De kabelbaan hebben we hier vorige week al gebruikt maar we zijn nog niet echt verder deze plaats in geweest. Albert weet waar het gouvernementshuis is waar Sarah Palin woont/woonde; een mooie wandeling omhoog uit de haven. Tegen de berghelling ligt op niet al te verre afstand een Goudmijnmuseum en dat is ons volgende doel. Het is een mooie weg, die zich omhoog slingert door het bos. Om je heen hoor je niets anders dan het water dat overal van de bergen naar beneden stroomt. Die groene bergen om je heen..... fantastisch. We houden ons maar aan het hoofdpad omdat de teksten op de borden nogal dreigend overkomen mocht je van plan zijn het bos verder in te gaan. Minimaal met drie personen; voldoende water, warme kleding, kompas, gedragsregels hoe te handelen als je verdwaalt en hoe we de beer toe moeten spreken terwijl we kalm achteruit lopen. We wagen ons er niet aan.
Ja hoor, in de middag begint het dan eindelijk te regenen. Tijd om te winkelen, maar echt iets spectaculairs zit er niet tussen . Het 'made in China'-gehalte is hoog, hetgeen niet wegneemt dat er geweldig zaken gedaan wordt. Als de winkel door iemand uit Alaska wordt gedreven, staat het er uitdrukkelijk bij. Ook veel bontwinkels: jassen, laarzen, pantoffels en zelfs onderbroeken met een bontrand om het kruis extra warm te houden... (Wie verre reizen doet, kan veel verhalen). Onze hut biedt uitzicht op de baai en de rest van de middag met een boek biedt het comfort, dat we nu niet buiten op het dek zullen vinden.
Woensdag 9 september 2009 Ketchikan
We worden wakker in een grijze wereld. Alleen het water en de oever is te zien maar de bergen zijn in de wolken verdwenen. Geen weer om buiten te zitten maar wel een ochtend de tijd. Vanmiddag meert de boot pas aan. Eindelijk zie ik dan toch een grote walvis. Toevallig op het juiste moment op de goeie plek. Het is een enorm gevaarte dat flink met de staart zwiept. Jammer genoeg is er geen fototoestel in de buurt. Dat wandelt aan de riem van Albert twee uur over het dek.
Tegen de tijd dat we op de plek van bestemming zijn, begint het ontzettend hard te regenen. Ketchikan staat niet voor niets in de reisboeken vermeld als de 'Regenhoofdstad van de wereld'. De natuur wordt door Albert gekenschetst als een muziekstuk van Peer Gynt en dat is treffend (somber, grijs en eenzaam). Zullen we wel of niet van boord gaan? Het komt met bakken uit de lucht. De tijd lost het echter voor ons op want na een uurtje is het droog. De winkels voor mij, de stad nog een keer voor Albert. Die ziet drie zeeleeuwen zalm vangen. Niet echt een kunst, want er is in de rivier meer zalm dan water. Ik vind het jammer dat ik het niet gezien heb. In het museum staat een bord met de tekst: waarom stinkt het hier zo? Men licht toe dat de zalmen, terugkerend naar hun geboorteplek en daar niet meer de kracht voor hebben, in deze kreek blijven hangen. De lucht van dode vis moeten we maar als een Alaskaanse ervaring bijschrijven.
Wat zien we veel en wat doen we een indrukken op. We zijn ‘savonds niet voor niets zo moe.
Donderdag 10 september 2009
De laatste dag op dit schip en de laatste wandeling over het dek. De zee is ruwer dan anders en het lopen gebeurt dan ook slingerend. De bijeenkomst in het theater over de ontschepingsprocedure hebben we gemist omdat we totaal vergeten zijn de klok weer een uur naar voren te zetten. Heel in de verte zien we weer een beetje zon en misschien kunnen we vanmiddag nog een uurtje op het dek zitten. Voor 12 uur vanavond moet de bagage voor de deur van de hut zijn gezet en pikken we diemorgenochtend in de kade opVancouver weer op. Vanavond hebben we nog het ‘laatste avondmaal' tegoed met de dansende en zingende Indonesiërs. Leuke jongens, waar we vaak leuke gesprekken mee hebben gehad.
Het weer wordt zonniger naarmate we ons einddoel bereiken en de middag op het dek is heerlijk. Springende vissen (haai? Orka?) trekvogels onderweg naar Mexico.
Vrijdag 11 september Vancouver
Het is een mediterrane temperatuur na Alaska. Nu maar vier dagen genieten van Vancouver.
verslag 3 op weg naar Skagway
Woensdag 2 september 2009 Sitka
We proberen toch een beetje als eerste van het schip af te komen, Eerst dus met de ‘tender' naar de wal en vandaar is het dichtbij naar het stadje Sitka. Een plaats die ooit tot Rusland heeft behoord en daar zie je nog wel wat van. Een orthodox kerkje kunnen we op ons gemak bekijken en daarna de omgeving. De winkels zijn nog niet open en de musea ook niet. Omdat het ook vandaag weer een mooie heldere dag is, spreken we af de 'binnenactiviteiten' te bewaren tot het regent. Ook hier komen we nl. nog een keer terug. We gaan dus voor de natuur. Via de baai komen we bij een natuurpark, waarin diverse watervalletjes lopen. Hier ook weer heel veel zalm, maar het stikt er ook van de vogels en het stinkt er fiks naar rotte vis. Voor de vogels een paradijs. Er schijnt een adelaar gesignaleerd te zijn, maar helaas zijn wij daar geen getuige van. En - ondanks alle waarschuwingen en aankondigingen - komen we vandaag weer geen beren tegen.
Tijdens het wandelen komen we ook geen mens meer tegen. Wat een prachtig bos, veel varens en veel sparren. Sitka zelf is een vriendelijk ogende Amerikaanse plaats: gemaaide gazons, brievenbussen aan de straat en pick-uptrucks die echt op iedere straathoek stoppen, wachten en mij een paar keer dwingen om toch maar over te steken, terwijl ik alleen maar op Albert sta te wachten. Ach, zij hebben de tijd en ik ook. Zo doen we elkaar een lol door wederzijds beleefdheid te tonen.
Een souvenirbordje wijst me de weg naar een bejaardenhuis, waar de bewoners hun tijd doden met het maken van souvenirs. Nou, daar hoef je niet voor naar Sitka te emigreren, dat ziet er net zo geestdodend uit als bij ons.
Terug in de reddingsboot naar het schip zitten we bij de open deur, zodat Albert een paar foto's kan maken vanaf de onderkant van de ‘Rijndam'. En ja hoor, het onvermijdelijke gebeurt, Een flinke golfslag, die Albert aan ziet komen, slaat de tender binnen en bezorgt hem een gedeeltelijk nat pak. We hebben de lachers op de hand en Albert heeft nog de meeste lol. Als het mij gebeurd was, was ik vrijwillig uit de boot gestapt om me schaamtevol de diepte in te laten glijden. Het treft gelukkig degene die er ook goed tegen kan.
Donderdag 3 september 2009 op zee (Hubbard Glacier)
Het hoogtepunt van de cruise ligt vanmorgen tussen 8 en half 11 uur, al komen we het schip niet af. Het is superkoud. Niet alleen moeten we een trui aan maar dassen en handschoenen zijn welkom. Het zal rond het vriespunt zijn. Bij daglicht varen we een baai in, waarin de grootste gletsjer van Noord Amerika ligt, Hubbard Glacier. Wat een fenomeen, wat een uitgestrektheid en wat een wereldwonder. Wat jullie op de foto bovenaan deze reispagina zien, zien wij gewoon met de bijbehorende gevoelstemperatuur. Van buiten rond het vriespunt, van binnen gloeiend warm door zoiets schitterends met eigen ogen te kunnen waarnemen. Iedereen hangt twee uur lang aan de reling om maar niets te missen. Het is een giga ijsvlakte van 12 km lang, voor zover wij hem kunnen zien en zeker 120 meter hoog. De opkomende zon geeft het ijs een prachtige blauwe kleur en de gletsjer steekt schitterend af tegen de achtergrond van zwarte bergen. Van tijd tot tijd kalft er een brok ijs af in het water, wat gepaard gaat met een geluid alsof het onweert. De boot wordt op dit moment door iemand van de overheid bestuurd, want hier wordt geen risico genomen. Van het Natuurpark Alaska is iemand aan boord om van alles te vertellen over deze schitterende locatie.
Plotseling komt er met donderend geraas een enorm brok ijs naar beneden en veroorzaakt een domino-effect. Iedereen schreeuwt het uit van enthousiasme en opwinding. Het geeft nl. zo een golfslag en deining, dat iedereen zich vastgrijpt aan de reling. Fenomenaal. Volgens de kapitein het mooiste bezoek in zijn 11-jarig arbeidzaam leven bij de HAL, maar het is een Amerikaan en dit feit kan je dus met een flinke kilo zout nemen. Maar bijzonder was het wel. Overmorgen zijn we hier nog een keer en dat is geen straf.
Op alle dekken wordt na dit bezoek Hollandse erwtensoep geserveerd. Wanneer heb ik erwtensoep gegeten 's morgens om half elf? De zon blijft schijnen en is zo fel dat het zelfs met 14 graden warm is op het dek. Dat kan toch niet goed blijven gaan? We varen nog steeds noordelijker langs ijsbergen en zien soms een deel van een orka boven water komen.
Morgen gaat 60% van de mensen van boord en komen er nieuwe mensen bij. Dat betekent dat er vanavond een afscheidsdiner is en dat is heel gezellig. Alle heren van de bediening (ongeveer 70 Indonesische jongens) serveren het eten dansend en zingen met z'n allen een Indonesisch afscheidslied. Kwalitatief stelt het helemaal niets voor en is het een en al houterigheid maar daarom is het aandoenlijk om te zien.
Vrijdag 4 september Seward
Een drukte van belang vanaf 6 uur door de mensen die vertrekken of met een excursie meegaan, We hebben de tijd aan ons zelf en gaan na het ontbijt op zoek naar de mogelijkheid om een trip te boeken vandaag bij een plaatselijk bureautje. Dat wordt een tocht door de baai en een stukje de zee op in de hoop wat vissen te zien. Een paar anderen hebben hetzelfde idee en met twaalf man gaan we in een vissersboot van wal. We hebben een mooi plekje op de voorplecht en dat zullen we weten ook. Allemachtig, wat is het koud. Buiten is het 14 graden en binnen zit.... (o nee, dat is Met het oog op morgen). In Seward is het 14 graden en op het bootje komt het echt net boven het vriespunt uit. Jas tot onder de kin, capuchon op en bevriezen maar. Maar het is de moeite waard. Al zien we geen walvissen, we zien wel onder en voor de boot een hele groep dolfijnen, tegen de steile rotsen een aantal berg- of sneeuwgeiten, zeeadelaars (bald eagles) en bijzondere vogels (voor de kenners o.a. kittiwakes en puffins), ‘hangende' gletsjers (die nog niet de zee bereikt hebben) en ijsvelden. Deze barre tocht is echt bar, want er is golfslag van een meter of drie en dat bootje niet echt groot. Een paar keer moet ik me echt concentreren op één vast punt om niet duizelig te worden. De rest hangt vrolijk over de reling en deint enthousiast mee. Vooruitdenken doe ik niet echt en eigenlijk maar beter ook, anders zie ik nooit wat of maak ik minder mee. Dit heb ik toch maar mooi weer beleefd.
Na terugkomst lopen we door Seward en zien bordjes dat je naar hoger gelegen oordenmoet lopen bij een tsunami en zien we ook een gedenkteken voor de 131 doden bij de aardbeving van 24 maart 1964. Daardoor ontstond een tsunami die Anchorage ( een plaats 100 km verder) volledig verwoestte. Reden voor Albert om daar thuis eens meer over te lezen. Je kan niet alles weten. Ook hier weer veel zalm, terugzwemmend naar de plek waar ze geboren zijn.
Zaterdag 5 september, Hubbard Glacier
Nog niet eerder werden we om 7 uur pas wakker. De hele week heb ik onder leiding van 'Johnnie Walker' al een uur lopen achter de rug. Het is heerlijk weer om te wandelen. De zon schijnt en het is koud. Het lopen is wel nodig als je ziet wat er aan voedsel doorheen gaat. We doen ons best om ons niet de hele dag in de verleiding te laten brengen maar we hebben tenslotte ook vakantie en staat het allemaal voor het grijpen. Warme en koude maaltijden, Italiaans, Aziatisch of Frans,soep, fruit, salades, pizza, hamburger, frites, sushi, taart, ijs, broodjes.... Je kan niets eetbaars bedenken of het is er.
De prachtige gletsjer bereiken we nu in de middag. Qua temperatuur een stuk aangenamer natuurlijk. Het natuurpark, waarin deze gletsjer ligt, is groter dan Zwitserland, wordt ons verteld door de parkwachter.
De superlatieven ontbreken want al waren we hier eergisteren ook, het licht, de temperatuur en de grilligheid van deze ijskust maakt het weer een nieuwe ervaring, We begrijpen nu ook een beetje waarom dat ijs die blauwe kleur heeft. Iets met gefilterd licht en de sterkte van de kleur blauw. Ons fototoestel geeft gelukkig ook de mogelijkheid om wat minutenfilmpjes op te nemen dus hopelijk kunnen we het geraas van vallende ijsdelen thuis nogmaals beleven.
Al zijn we inmiddels nog met vier Nederlanders ruim ondervertegenwoordigd, worden we toch in het Nederlands aangesproken. Nu door een man die als jongen van 10jaar met zijn ouders naar Canada emigreerde vanuit Middelburg. Verbazingwekkend hoe hij de taal nog beheerst.
Zondag 6 september 2009 Sitka
Voor de tweede keer komen we aan in Sitka. Het is nu half bewolkt en 12 graden. Met de tenderboot gaan we z meteen aan land en kijken of we niet alleen een internetaansluiting kunnen vinden maar ook om te proberen een treinkaartje te kopen voor morgen in Skagway. Voor jullie is studio sport net begonnen en hier de dag.
verslag twee
Met behulp van één van de bootjongens heb ik het eerste verslag kunnen versturen. Hij zat met een laptop op een bankje, waardoor wij zagen dat hij draadloze verbinding had. Hopelijk lukt het me nu zonder zijn hulp.
Ketchikan 30 augustus 2009
Vanmorgenvroeg komen we aan in Ketchikan, de meest zuidelijke plaats van Alaska. Omdat het gehele aanbod van entertainment aan boord aan ons niet zo besteed is, liggen we vrij vroeg in bed, zijn dus heel vroeg op en zien we het aan dek langzaam dag worden. Het plaatsje tekent zich af tegen een achtergrond van dichtbeboste fjorden waarboven prachtige nevel hangt. Wat een adembenemend gezicht. We boffen dat het droog is, want deze plaats staat bekend om de regenval. Eenmaal van boord kunnen we goed zien dat het hier fiks nat is. De bomen zijn bedekt met mos, paddenstoelen groeien overal en de houten woningen zijn duidelijk aangetast door het vocht. De economie gedijt hier voornamelijk dankzij de zalm. Jaarlijks gaan hiervandaan miljoenen blikjes zalm de wereld over. We zien honderden vissen tegen de stroom op zwemmen. Pogingen om hier een foto va n te maken zijn hopelijk wel gelukt. Veel stroomversnellingen en onbegrijpelijk waarom al die vissen nou perse de verkeerde kant op zwemmen.
Er wonen hier voornamelijk indianen en deze plek is dan ook bekend door de verzameling totempalen. Nog nooit eerder in het echt gezien. Alcoholisme is hier een groot probleem, waar ik me wel wat bij kan voorstellen, want je zal hier maar geboren worden . Omdat we volgende week hier ook nog een keer de haven aandoen, hoef ik niet meteen de souvenirwinkels af om te zien of er wat leuks te kopen is. Allemaal reuze relaxed dus. Veel geluk dat Albert zich het laatste half jaar zo ingelezen heeft. Ik hoef maar wat te vragen en het antwoord is paraat. Wat we ook zien zijn watervliegtuigjes; naast de veerdienst de enige vorm van openbaar vervoer.
Om drie uur verlaat de Rijndam de haven. Het is bewolkt en een graad of 18. Benieuwd wat de volgende plek ons brengt.
Haines, maandag 31 augustus 2009
Het is grappig om te zien dat er iedere dag in de lift een vloerkleed ligt met de naam van de dag. Het lijkt alsof er alleen zwakbegaafden op de boot zitten maar het heeft waarschijnlijk te maken met het totale verlies van tijdsbesef. Wat mij betreft hoeft dat herinneren niet. We hoeven nergens heen.
We lopen een uurtje over het dek en om 10 uur zullen we aanleggen in Haines. Buiten is het 8.7 graden en het mist. Tijd voor de trui. Gisteravond mistte het al flink, waardoor de boot niet de normale snelheid had en op radar moest varen. De bestemming wordt dan ook met een vertraging bereikt. Op het voordek proberen we de haven te zien en als langzaam de mist optrekt, is het panorama onbeschrijflijk. Een fjord, hoge bergen met op de toppen ijs, schitterend, het water spiegelglad en in de verte wat huizen. Hiervoor schieten woorden te kort en heb je de neiging om te zingen: go tell it on the mountains over the hills and everywhere.... (tja..)
Haines zelf is een goudzoekerstadje maar heeft meer weg van een nederzetting aan het water. De houten huizen liggen breed uit elkaar en 'downtown' lijkt op een straat uit de serie 'huisje op de prairie' van vroeger. Het herbergt wel een fort met mooi gerestaureerde officierswoningen. Albert wijst me erop dat ze sprekend lijken op het Nola Hatterman Instituut in Paramaribo. Er zijn wat parkeerterreinen waar enorme campers staan van Amerikanen, die gepensioneerd zijn, hun huis hebben verkocht en zo Amerika bereizen. Zoals die mevrouw die vertelt dat ze oorspronkelijk uit Mitchigan komt en nu na 8000 km rijden in Alaska terecht is gekomen. Haines: niet echt spectaculair, de natuur echter wel.
Inmiddels schijnt de zon uitbundig en genieten we na onze rondgang door Haines van een middag ligstoel. Althans..... Albert is een oudere Amerikaan tegengekomen met belangen in Nederland en van zijn moeder de Nederlandse taal heeft meegekregen. De goede man laat niet af, ik word er moe van maar Albert vindt het geloof ik wel leuk. Van de natuur genieten we met volle teugen. Maandagmiddag, de zon hoog aan de hemel, bergen, bomen, ijstoppen, een ligstoel.......... Wie wil dat nou niet?
Juneau, 1 september 2009
De matten in de lift zijn vervangen door 'Tuesday' en om half acht staan we in de hoofdstraat van Juneau dat aan de voet van een enorm bergmassief ligt. Het bekijken van dit stadje stellen we uit naar volgende week, als het schip hier nogmaals aanlegt. We kopen een ticket voor de kabelbaan die ons 600 meter hoger brengt. Geen sinecure voor iemand met hoogtevrees maar absoluut de moeite waard. Hiervandaan hebben we een fantastisch uitzicht over de groene bergtoppen en het water beneden. Verschillende wandelroutes zijn er, waarvan Albert er één kiest. Omhoog natuurlijk en tot mijn geluk kan ik een loopstok uit een rek lenen, want het pad is steil en ingewikkeld. Gelukkig komen we heelhuids weer beneden.
Daar stappen we op de bus naar Mendenhall Glacier. Een gletsjer, die een half uur buiten Juneau ligt. Een indrukwekkende ijsvlakte van zo'n 3800 km. De gletsjer doet ons sterk denken aan de gletsjer in Noorwegen die we met Ans en Gerard hebben gezien.
Ook hier is weer een mogelijkheid om te wandelen door de schitterende bossen. Alleen staan overal waarschuwingen voor grizzly beren. Hoe te handelen als je er één tegen komt zoals het vermijden van oogcontact, het maken van lawaai, het verbod om de beren te voeren enz. De wandeling wordt volbracht zonder beren op de weg en we kunnen heelhuids terug naar de boot. Niet dankzij de buschauffeur, die onderweg een inhaalwedstrijd aangaat met een collega. Hij verliest het overigens.....
We genieten ten volle van alles op de boot. Het eten is fantastisch, de hut prachtig en de medewerkers allemaal even vriendelijk. Het is grappig dat als de jongens uit Indonesië horen, dat wij daar wel eens geweest zijn ze helemaal enthousiast willen weten waar we zijn geweest en wanneer we er weer komen. Een leuk moment van de dag is als we 's morgens een uur over het dek lopen en de bergen van grijstinten zien veranderen in de kleuren van de dag. Alles stil, het water rustig. Wat ontspannend.
Morgen naar Sitka en dan kan de cruiseboot niet aan de wal komen, dus gaan we ‘tenderen'. Voor mij is dat gewoon: oefenen met de reddingsboten.
eerste verslag
En nu maar proberen of er wat van terecht komt.
Het vliegen van Amsterdam naar Vancouver viel mee. De eerste twee uur waren wat minder dan de 9 uur die er op volgden, want toen stonden we stil op Schiphol, maar wel ingesnoerd op onze stoel en dat was behoorlijk warm. Een bijzonder moment was het toen het in Nederland 12 uur was en Albert jarig werd, maar wij in een tijdloze zonovergoten lucht vlogen, met de wetenschap dat het in Vancouver 9 uur vroeger zou zijn dan bij ons.De vlucht ging over IJSland en Groenland, langs de Noordpool en leverde van tijd tot tijd spectaculaire uitzichten op.
Het Best Western Hotel in Vancouver was makkelijk te bereiken . Een hotelbus reed iedereen netjes tot voor de deur. Blij dat we er waren want we sleepten niet alleen zware tassen en jassen mee maar waren er ook helemaal op gekleed. Kom maar op Canada, we kunnen wel tegen kou. Dat bleek een misvatting van het was 24 graden. We hebben het slapen uitgesteld tot half negen (in Nederland toen half 6 in de ochtend) maar toen hielden we het echt niet meer.
28 augustus 2009
Albert vindt het geweldig om een aantal felicitaties te ontvangen per sms en heeft geen last van het feit dat hij nauwelijks heeft geslapen. Niet echt spectaculair bij hem overigens.
Om 8 uur staan we op straat en gaan koffie drinken bij Star Bucks. Dat heb ik nog niet eerder gedaan endat bevalt goed. Een ontbijt vinden we bij een keten die 'subway' heet en dat is ook leuk.
We wandelen richting haven en zien dat de 'Rijndam' er sinds vanmorgen ligt en waar onze reis naar Alaska straks mee gaat beginnen. Een eerste indruk van Vancouver doet uitzien naar ons verblijf hier na de cruise. In ieder geval gaan we proberen het Nationaal Museum te bezoeken, waar - zoals we zien - nu een tentoonstelling is van Rembrandt en Vermeer, Tja, het Rijksmuseum in Amsterdam heeft daar nu geen ruimte voor met al die verbouwingen.
De shuttlebus van het hotel brengt ons naar de boot en daar begint het gedoe met alle formaliteiten. Voor het eerst moeten we ook vingerafdrukken laten maken naast de verplichte pasfoto. Raar, eng en je voelt je ook lichtelijk misdadig, maar het hoort er tegenwoordig bij in het kader van de veiligheid.
Het is ook vandaag hartstikke warm en we zien er niet uit in onze eskimo-outfit. De boot is niet echt groot en ook het aantal Nederlanders is klein, minder dan tien; een goed teken, kunnen we lekkere hardop iedereen becommentarieren. De gemiddelde leeftijd is vrirj hoog en wij hebben het idee dat we tot het onderste segment behoren. Geef de burger moed, Om vijf uur verlaat het schip de haven van Vancouver en we zijn erg benieuwd naar alles wat we gaan zien.
29 augustus 2009
Dit is een dag op zee. Er wordt dus nergens aangemeerd. We hebben de hele nacht gevaren en worden wakker bij een dichte mist en het tijdsverschil met Nederland is inmiddels 10 uur. Voor de broodnodige beweging starten we de dag met een uurtje wandelen. Goh, wat is het ontzettend koud en wat valt er weinig te zien . We hebben mazzel. Om een uur of tien, klaart het weer op en wordt het net zo een schitterende dag als gisteren. We varen door de Inside Passagelangs dicht begroeide rotsformaties. Eindeloze bossen met af en toe een paar huizen. Heel hoog kan je nog wat sneeuw zien, e n soms leidt dat tot een waterval. Groen, groen, groen..... We hebben lol, dat als de kapitein roept dat er walvissen te zien zijn, de hele meute naar één kant van het schip holt.Je houdt je hart vast dat de boot niet omvalt met al het gewicht aan één kant. We laten alle activiteiten voor wat ze zijn en ziitten de hele dag aan dek. Staan alleen op om te eten of te drinken. Voor ons geen bierproeverij, bingo, een kijkje in de keuken of een cursus digitaal foto's bewerken. Daar komen we van de winter wel voor.
Nu gaan we eten. Het is vanavond formeel gekleed en we hebben tensl otte niet voor niets het kostuum en de hakken meegesleept. Net zag ik al complete kerstbomen de trap afkomen, Die Amerikanen maken daar een feest van.